Soms volgt een uitspraak van de kantonrechter die geheel onbegrijpelijk en onverwacht is. Geheel in strijd met ieders rechtsgevoel. Behalve dan die van de kantonrechter in kwestie. Hoger beroep biedt in dat geval uitkomst.

Een verhuurder heeft een rechtszaak gestart tegen zijn huurder die voor pedofilie strafrechtelijk was veroordeeld. Na zijn detentie keerde hij in het flatcomplex terug, maar daar woonde nog het minderjarige slachtoffer van zijn ontuchtige handelingen. De voorzieningenrechter te Utrecht oordeelde in 2008 dat het plegen van een strafbaar feit geen wanprestatie opleverde jegens de verhuurder. Geoordeeld werd dat van de door de verhuurder gestelde overlast onvoldoende was gebleken.

Zoals je je kunt voorstellen, leidde de terugkeer van de huurder naar de flat tot veel emotie bij de bewoners en een ongewenste situatie. De verhuurder heeft vervolgens een redelijk aanbod gedaan, maar de huurder weigerde deze.  De rechter oordeelde als volgt. Nu de huurder de ongewenste situatie zelf in het leven heeft geroepen, handelde hij in strijd met het goed huurderschap door niet mee te werken aan het opheffen van deze situatie, en meer in het bijzonder door niet in te gaan op een redelijk aanbod van de verhuurder tot verhuizing naar een passende woonruimte met daaraan een gekoppelde verhuiskostenvergoeding.

Kortom, de verhuurder had de huurder verzocht te verhuizen en hiervoor passende woonruimte voorgesteld en zelfs een bedrag aangeboden als tegemoetkoming in de verhuizing. Pas na een weigering hiervan, stelde de rechter dat dit strijd met goed huurderschap opleverde.

In Hoger Beroep bleef dit oordeel niet in stand. Het hof acht de gedragingen van de huurder te kwalificeren als onrechtmatige overlast, mede gelet op de emotionele reacties die dit soort gedragingen oproepen. En dat niet alleen bij de ouders, maar ook bij andere omwonenden. Het Hof is van oordeel dat de gevorderde ontruiming van de huurder in eerste aanleg had moeten worden toegewezen, zonder toekenning van een verhuiskostenvergoeding en zonder de voorwaarde dat voor vervangende huisvesting moet worden gezorgd.  Kortom, de verhuurder hoeft in een dergelijk geval helemaal niet mee te betalen aan de verhuizing van de huurder. De verhuurder hoeft in zo’n geval ook helemaal niet een redelijk aanbod te doen.

Gelukkig is er hoger beroep. In hoger beroep kunnen onbegrijpelijke uitspraken worden gecorrigeerd. Als het goed is…

Meer weten over huurrecht? Neem vrijblijvend contact met mij op en bekijk mijn website.

Auteur mr. S.B. Punt

Uitspraak Hof Arnhem 23 februari 2010, WR 2010, 75